Drie generaties Prins Hendrik Internaat

Hardebol was de naam. Hij was onderwijzer en had een knuppel die normaal voor slagbal gebruikt werd. Hardebol deed zijn naam eer aan. Mijn opa kwam in 1926 als jongetje van acht op het Prins Hendrik Internaat terecht en kon erover navertellen. Toen hij een keer niet goed meezong, moest hij over een bankje gaan liggen en kreeg zon pak slaag dat hij bijna niet meer kon lopen. Het slagwerk van Hardebol was geen uitzondering in die tijd. Volgens mijn opa timmerden ze er op het internaat flink op los.

Toen ik zelf op het internaat kwam, in 1984, hing er bij meneer Kraaij een schoenlepel aan de wand van het klaslokaal. Daar kon je wel eens een tik mee op je hand krijgen, werd er gezegd. Hij is het jaar dat ik bij meneer Kraaij zat niet gebruikt. Tegenwoordig staan er artikelen in de krant over de pedagogische tik en is de heersende mening dat zelfs een tik op de vingers niet geoorloofd is.

 Prins Hendrik School groepsfoto jaren twintig



Groepsfoto op het Prins Hendrik Internaat in de jaren twintig. Staand links directeur Hazelaar, derde van rechts mijn opa.

Drie generaties Meeusen hebben hun schooltijd op het Prins Hendrik Internaat in Vreeswijk doorgebracht: ook mijn vader en zijn broer Leo gingen er aan het einde van de jaren vijftig naar school. Hun verhalen zijn niet veel anders dan van mijn opa: het was een koude omgeving waar orde en discipline hoog in het vaandel stonden. Mijn vader herinnert zich vooral de vele regels en juffrouw Van Eck voor wie hij als achtjarig jongetje bang was. Mijn oom vertelde dat hij een keer zijn aardappels met spinazie niet op tijd op had, en toen werd er pardoes een lading pap over gegooid. Hij moest blijven zitten tot het bord leeg was. Mijn opa had precies hetzelfde meegemaakt; in zijn versie dreef de pap door de jus met bruine bonen. Een jongen uit zijn groep had geweigerd het op te eten die kreeg een pak slaag en werd van het internaat gestuurd. Mijn oom was net zo rebels; in een onbewaakt ogenblik glipte hij er tussenuit en deponeerde zn bord in de prullenbak. Dat hadden ze snel in de gaten. Hij werd niet van het internaat gestuurd, maar moest wel de rest van de middag strafregels schrijven in de naaikamer.

In het gelid
Door het schrijven van het boek ken ik de verhalen van mijn opa goed. Een ding is duidelijk: er is veel veranderd in de 95 jaar dat het schippersinternaat nu bestaat. Mijn opa vertelde dat ze na het eten in het gelid moesten staan om naar school te marcheren. Iedere klas had zijn eigen plaats: zes groepen. Directeur Hazelaar gaf met een wandelstok het ritme aan: links-twee-drie-vier, armen over elkaar en schoenen laten horen. En wee als je het niet goed deed, dan kreeg je een tik met de stok.

Wij marcheerden niet meer in de jaren tachtig. Als die ouderwetse schoolklokken werden geluid, moesten we ons wel in rijen opstellen voor we naar binnen mochten, klas voor klas, net als bij mijn opa. Maar wij voetbalden altijd zo lang mogelijk door en sloten dan snel achterin de rij aan wanneer de rest al naar binnenliep. Als we de aansluiting een keer misten, stond meneer Jansen wel eens klaar om onze bal in te nemen. Gelukkig had Johan Kelder ook een bal en dus speelden we in de volgende pauze gewoon weer onze legendarische vijf-zes.

Prins Hendrik School 1986



Klassenfoto op het Prins Hendrik Internaat in 1986. Ik sta op dezelfde plek als mijn opa.

En dan waren er de meisjes. Met diezelfde Johan Kelder discussieerde ik over wat er nu belangrijker was: voetbal of vrouwen. Maar ondertussen was ik stiekem op Marina en Johan volgens mij op Jeannette en anders wel op Tammy. Op schoolreisje doken we achterin de bus bij elkaar op schoot voorzichtig aftastend zetten we de eerste stappen naar de liefde. Voor mijn opa was dat er allemaal niet bij. Meisjes en jongens waren in zijn tijd strikt gescheiden: hij mocht op het internaat niet eens met zijn eigen zusje praten. Pas in zijn diensttijd las hij stiekem in een boek hoe kinderen geboren worden daar had hij tot dan toe alleen maar een vermoeden van gehad.

Inzepen en afspoelen
Het statige pand met de dubbele trappenhuizen aan de Prins Hendriklaan heeft zeventig jaar dienst gedaan. Vroeger was de ene trap voor de meisjes en de andere voor de jongens. Ik sliep in dezelfde grote slaapzaal als mijn opa vroeger. Hij waste zich s ochtends bij een wasbak die hij omhoog kon trekken en leegkiepen in een goot. Wij hadden ook zon wasbak. De leiding stond toe te kijken of we wel opschoten terwijl wij ons met een washandje inzeepten. En keer in de week mochten we een douche nemen. Er waren niet genoeg douches voor de zeventien jongens, zodat je soms een douche moest delen. Als je je ingezeept had, moest je dat aan de leiding laten zien en mocht je je daarna afspoelen. Douches waren er in de tijd van mijn opa niet. Boven de wasbakken stond een grote betonnen bak die ze met de hand volpompten. Opschieten deden ze sowieso, want als je nog ingezeept was en het water raakte op, moest je wachten tot het volgende groepje kwam.

PHI



Het bastion van ijzeren tucht.

Het internaat als schrikbeeld
Ik moet vaak aan mensen uitleggen dat het helemaal niet zo erg was om op een internaat te zitten. Bij veel mensen bestaat een beeld van het internaat als koud en streng: een plek waar niemand zijn kinderen heen wil brengen. Voor mijn oma was dat ook zo. Ze kwam uit een klein dorpje in Brabant en vond het al moeilijk genoeg om haar kinderen zo jong af te staan. Voor schippers die zelf op een internaat hebben gezeten, is dat een stuk makkelijker. Zelf wist ik als kind niet beter. Voor mij was het een normale jeugd: om mij heen nog 200 kinderen in dezelfde situatie.

Maar in de jaren vijftig was het internaat nog een bastion van ijzeren tucht. Mijn oom kon zich er moeilijk aanpassen. Hij moest er zwaar voor boeten en werd voor straf regelmatig in het kolenhok gestopt. En keer kwamen mijn opa en oma hem ophalen en moesten ze hem daar uit vissen. Na tweenhalf jaar was voor hen de maat vol. Ze haalden hun kinderen weg uit Vreeswijk en brachten ze naar het internaat in Rotterdam. Mijn vader heeft maar een half jaar op het Prins Hendrik Internaat gezeten.

Misschien dat deze actie van mijn opa en oma al iets laat zien van de veranderde tijdgeest. Mijn opa had het nog meegemaakt dat zijn ouders met het schip in de buurt lagen maar hem niet op kwamen halen. Voor de kost en inwoning was betaald dus bleef het kind al die maanden tussen de grote vakanties op het internaat. Maar inmiddels stonden de jaren zestig voor de deur en de tijden veranderden. Ouders kwamen dichter bij hun kinderen te staan en kozen niet automatisch partij voor de leiding van school of internaat.

Voor het Prins Hendrik Internaat




Met mijn opa en broertje Stefan voor het internaat.

Vrijheid blijheid
De jaren zestig brachten vrijheid en gelijkheid in plaats van orde en discipline. Dat is misschien wel het grootste verschil met de generaties van mijn opa en vader en de tijd dat ik op het internaat zat. De afstand tussen leiding en kinderen was kleiner. Ik zat bij juf Rina op de groep die spontaan vertelde over mannen die achter haar aan zaten. Wij lachten om haar verhalen. Daarna kregen we Anne die wilde dat we haar alleen bij haar voornaam noemden, met haar konden we voetballen en stoeien.

Op de middelbare school kon ik helemaal mijn eigen gang gaan. Ik schreef mijn eigen briefjes als ik spijbelde en zolang ik voldoendes haalde, hoefde ik me geen zorgen te maken over wat ik allemaal op school uithaalde, want er kwam zelden iemand op een ouderavond. Toen ik wat ouder werd, kwam ook het Utrechtse uitgaansleven in zicht. Als de leiding s avonds vroeg of ik nog uitging, kwam het erop aan om zo nonchalant mogelijk te zeggen dat ik rond elf uur ging slapen. Na elven kon ik dan mijn gang gaan. Als je niet zegt dat je weggaat, hoef je ook geen tijd af te spreken waarop je terug bent. In de pas lopen zoals mijn opa vroeger moest, heb ik op het internaat nooit geleerd.

© 2006-2008 www.mijn-eigen-website.nl